De bloeddruk bestaat altijd uit 2 waarden: de bovendruk en de onderdruk. Er is geen ideale bloeddruk. Wel is er een bovengrens.

Hoe werkt bloeddruk

Het hart pompt het bloed krachtig door het lichaam. Dit is nodig omdat het bloed de spieren en organen van het lichaam van zuurstof en voedingsstoffen voorziet. Bij het rondpompen van bloed komt er druk op de bloedvaten te staan. Deze druk op de bloedvaten wordt de bloeddruk genoemd.

De bloedvaten regelen de bloeddruk van het hele lichaam. Dit gebeurt door middel van spiertjes die rondom de bloedvaten liggen. Deze kunnen meer of minder samentrekken. Als de spiertjes zijn samengetrokken kan het bloed niet goed weg en stijgt de bloeddruk. Spannen de spiertjes minder aan, dan stroomt het bloed gemakkelijk door. Dan daalt de bloeddruk.

Meten bloeddruk

De druk in de bloedvaten is te meten. De maat voor de bloeddruk is millimeters kwik (mmHg). Het meten van de bloeddruk wordt meestal door de arts gedaan. Maar je kunt ook thuis de bloeddruk meten met een bloeddrukmeter.

Er is geen ideale bloeddruk. Wel is er een bovengrens. Als de bovendruk hoger is dan 140 mmHg en/of de onderdruk hoger is dan 90 mmHg is er sprake van hoge bloeddruk. De medische naam hiervoor is hypertensie.

Bovendruk en onderdruk

De bloeddruk bestaat altijd uit 2 waarden: de bovendruk en de onderdruk.

Bovendruk

De hoogste waarde is de bovendruk. Deze wordt gemeten tijdens de pompfase van het hart. Dat is het moment dat het hart samentrekt. Er wordt veel bloed krachtig in de slagaders geperst. Dit gaat samen met de hartslag. De druk op de vaatwand is op dat moment hoog. Een andere naam voor bovendruk is systole, of systolische druk.

Onderdruk

Daarna volgt de rustfase. Het hart ontspant zich en de druk op de vaatwand neemt af. Dit is het moment tussen 2 hartslagen. De druk die op dat moment blijft bestaan wordt de onderdruk genoemd. Een andere naam voor onderdruk is diastole, of diastolische druk.

Polsdruk

Het verschil tussen de boven- en onderdruk wordt de polsdruk genoemd. Bij een bloeddruk van 120/70 mmHg is de polsdruk 50 mmHg. Een hoge polsdruk is minder gunstig dan een lage polsdruk. Een hoge polsdruk ontstaat door verstijving van de wanden van de bloedvaten. Een polsdruk van 60 mmHg of meer geeft een groter risico op hart- en vaataandoeningen. Dit geldt met name voor ouderen.

Hoge bloeddruk

Een hoge bloeddruk wordt vastgesteld door een arts. Er kan een inschatting worden gemaakt op het risico van hart- en vaatziekten. Daarbij wordt alleen de bovendruk gebruikt. Enkel een verhoogde onderdruk komt niet vaak voor. Wanneer de onderdruk is verhoogd, gaat dit vaak samen met een verhoogde bovendruk. Enkel een verhoogde bovendruk komt wel regelmatig voor, vooral bij ouderen.

Bron: Hartstichting